Waarom het planten van stadsbomen zo ingewikkeld is – het 'spaghettisubsurfaceprobleem'

Steden hebben meer groen nodig – maar helaas is het niet zo eenvoudig om gewoon een gat te graven en een boom te planten. Onder onze straten ligt namelijk een dicht, historisch gegroeid netwerk van leidingen voor water, afvalwater, gas, elektriciteit en telecommunicatie. Dit spaghettiprobleem onder de grond maakt het planten van bomen ingewikkeld: als de grond wordt opengemaakt, moeten leidingen worden gezocht, beveiligd of verlegd – dit is tijdrovend en duur. Bovendien beperken historische kelders, oude funderingen of geologische omstandigheden de ondergrondse ruimte.

Onder de straat wordt het snel krap.

Boomwortels hebben veel ruimte nodig, anders wordt de boom ziek en sterft hij af. De infrastructuur in de bodem staat dit vaak in de weg. De bodem ziet er daarom vaak uit als een bord spaghetti.

Een ander belangrijk punt: bomen hebben ruimte nodig voor hun wortels. Op lange termijn hebben de wortels minstens evenveel ruimte nodig als de latere kroon van de boom. Als deze ruimte ontbreekt, kan de boom niet gezond groeien en sterft hij vaak al na enkele jaren af. Juist deze wortelruimte is echter bijzonder moeilijk te creëren in de dichte stedelijke omgeving. Omgekeerd moet ervoor worden gezorgd dat de boomwortels de bestaande infrastructuur niet beschadigen. Wortels kunnen zich om leidingen wikkelen of via fijne scheurtjes in het riool of in waterleidingen binnendringen en deze vernielen.

Spaghetti-Subsurface in de Mariahilfer Straße in Wenen (uit Fetka 2020)

Ook bovengronds is de ruimte beperkt: naast de ruimte voor verkeer, horeca en verkoop moet er ruimte vrijgehouden worden voor tijdelijke doeleinden, zoals het volgende stadsfeest, de weekmarkt of andere evenementen. Tijdelijke doorgangen blijven noodzakelijk en in monumentale gebieden mogen zichtassen niet worden belemmerd door het planten van bomen. Dit geldt ook voor de latere boomkruinen. Dit betreft met name tussen de gebouwen gespannen bevestigingskabels voor een tram of straatverlichting. Deze laatste moeten ook na het planten van bomen de straat of pleinen voldoende kunnen verlichten.

Voor elke aanplant moeten daarom veel partijen worden betrokken: civiele techniek, groenvoorziening, nutsbedrijven, monumentenzorg, vervoersbedrijven, brandweer, verkeersplanning, omwonenden en bedrijven. Pas na uitgebreide planning en afstemming kan een boom worden geplant. Het planten van bomen kost daarom vaak tussen de 10.000 en 40.000 euro per boom, als je de totale infrastructuurkosten meerekent. Het wordt goedkoper als het planten van bomen samenvalt met maatregelen waarbij de hele infrastructuur in de grond toch al vernieuwd moet worden. Dit is echter maar eens in de 50 tot 70 jaar het geval.

Hier bieden de MobiGa-systemen een sterk alternatief.
Ze zijn snel te plaatsen en direct effectief, waardoor ze op korte termijn voor meer groen zorgen zonder dat er een bouwplaats nodig is. Ze zijn ideaal als tijdelijke oplossing terwijl de plannings- en vergunningsprocessen voor het planten van echte bomen lopen. En ze kunnen permanent worden gebruikt waar aanplant om ruimtelijke of technische redenen helemaal niet mogelijk is. Als het MobiGa-systeem toch in de weg staat, kan het eenvoudig worden verplaatst met een palletwagen. Zo wordt stedelijke vergroening ook haalbaar op plaatsen waar klassieke stadsbomen zouden mislukken.

Verder
Verder

Alles hangt samen: duurzaamheid in de kringloop